Spookbeeld van de jaren dertig

stempellokal-2.JPG

De wereldwijde kredietcrisis heeft bij velen de herinnering aan de financiële crisis van de jaren dertig opgeroepen. Nu nog leven er senioren die destijds de vernederende gevolgen ervan hebben ondergaan, ervaringen die zij soms later aan hun kinderen hebben doorverteld. Maar anderen onder hen zwegen erover, nog altijd van schaamte vervuld hoe sterk hun persoonlijk leven toen werd aangerand.

Lees hier het volledige artikel

Jaren van de wederopbouw

rotterdam-lr4.JPG

Rotterdam Punt Uit, februari/ maart 2008,
door Jan Oudenaarden.

Herman Romer heeft al een indrukwekkende lijst boeken op zijn naam staan. De geschiedenis van Rotterdam tijdens de eerste helft van de twintigste eeuw heeft hij opgedeeld in hapklare brokken van tien jaar. In al deze boeken schetst Romer een gedetailleerd beeld van de stad tijdens de betreffende periode.

Ook in Rotterdam in de jaren vijftig kwijt Romer zich nauwgezet van de zichzelf opgelegde taak. De jaren vijftig vormen niet de gemakkelijkste periode om te beschrijven. ‘Een terugblik op de jaren vijftig levert tegenstrijdige gevoelens op. Voor velen was het een decennium van onschuld, eenvoud en fatsoen, voor anderen een tijd van benepenheid, behoudzucht en preutsheid. En vooral niet te vergeten, van overdreven gezagsbewustheid.’

De jaren vijftig betekenden voor Rotterdam vooral de jaren van de wederopbouw. Romer gaf zijn boek daarom de ondertitel ‘De stad van dreunende heipalen’ mee. Het boek is onderverdeeld in themahoofdstukken. De wederopbouw, de haven en de woningnood komen ter sprake, maar ook luchtiger onderwerpen als mode, sport, film, muziek en ander vermaak en de opkomende jeugdcultuur. De opening van Heliport ontbreekt niet, evenmin als een hoofdstuk Dramatische gebeurtenissen, waarin aandacht wordt wordt besteed aan de Watersnoodramp (1953) en de brand in molen De Noord (1954) op het Oostplein.

Zoals in al zijn boeken heeft Romer ook nu zijn boek weer rijk geïllustreerd, waarbij hij niet over platgetreden paden loopt, maar weinig bekend fotomateriaal probeert te gebruiken. Ook laat hij voor zover mogelijk betrokkenen zelf aan het woord.
Ik ben benieuwd of Romer ook nog de jaren zestig ter hand gaat nemen, want, zoals hij schrijft, in ‘het daarna volgende decennium vloog het deksel van de pan met de overkokende inhoud’.

Boek over 'gezellige' tijd

Door Dik Vuik, weekblad Maasstad, 28 november 2007

Het geluid van heimachines. Dat geluid herinnert elke Rotterdammer zich uit de decennia na de oorlog. En het was nog ‘gezellig’, in de herinnering van velen. Maar er is veel meer kenmerkends te bedenken voor het leven in die periode. Herman Romer schreef er een boek vol mee: ‘Rotterdam in de jaren vijftig’. Het werd verleden week gepresenteerd in Historisch Museum Het Schielandshuis.

Herman Romer zit bepaald niet stil. Hij maakte naam met zowel literatuur als historische boeken over de Maasstad. Voor het eerste won hij in 1971 de Anna Blamanprijs, voor zijn totale werk kreeg hij drie jaar geleden de Laurenspenning. ‘Rotterdam in de jaren vijftig’ is dit jaar alweer zijn 41ste boek, na de eerder verschenen roman over het vooroorlogse Rotterdam ‘De
danszaal in het duister’. En nu is de schrijver dan bij de naoorlogse jaren beland.

De jaren vijftig leveren wat Romer betreft ‘gemengde gevoelens’ op. Het was de tijd van gemeenschapszin, maar tegelijkertijd was er in Rotterdam vreselijke woningnood en armoe.

De herbouw van de haven ging na de oorlog voor en pas vanaf 1950 werden er meer woningen gebouwd. Je kreeg pas een huurmachtiging als je 5 jaar getrouwd was en twee kinderen had, als je 10 jaar getrouwd was zonder kinderen of als je samen 60 was. Veel mensen woonden in bij hun ouders of moesten sleutelgeld betalen om aan een woning te komen. In 1953 waren er 24.000 gezinnen zonder huisvesting. Voor de oude wijken was geen geld, dus slechte woningen werden niet gesloopt.

Het is al met al geen positief beeld, maar toch leveren de jaren vijftig vaak het beeld op van ouderwetse gezelligheid. En ook dat beeld klopt wel. ‘De huiselijkheid was groot, ‘aldus Romer. ‘Er werden spelletjes gespeeld en de radio speelde een grote rol.’

In de grote leegte van de binnenstad was nog weinig te doen, dus werden mensen lid van verenigingen. En in elke wijk was wel een particuliere bibliotheek. Dat zou nu ondenkbaar zijn. De verzuiling domineerde na de oorlog nog. Elke zuil had zijn eigen instituten en huwelijken tussen verschillende geloven werden niet aangemoedigd.

Over samenleven of echtscheiding werd nog met minachting gesproken. Mensen waren zeer gezagsbewust. Pas aan het eind van de jaren vijftig stak het maatschappelijk protest op.
Tegen die tijd was Rotterdam alweer aan het veranderen. Romer noemt de oplevering van het Centraal Station, in 1957, de bouw van Termeulen, de Lijnbaan en het Groot Handelsgebouw. Langzaam maar zeker kwam er weer iets van een centrum terug.

Nieuwe bioscopen ontstonden, en er werd ook veel opgetreden in de schaarse zalen die de stad nog rijk was.
‘De Rivièrahal werd voor van alles en nog wat gebruikt,’ geeft Romer een voorbeeld. ‘Voor variété, maar er werden ook examens gehouden, congressen georganiseerd en er vonden sinaasappelveilingen plaats.’

Een eindoordeel over de jaren vijftig is lastig te geven. ‘Terugkijkend wordt vaak de gemeenschapszin genoemd, maar het het was ook een betuttelende tijd,’ concludeert Romer. ‘De keerzijde was de armoe en de woningnood en dan zijn mensen vanzelf meer op elkaar aangewezen. Mensen hadden soms maar eenmaal per week vlees op tafel en er werd veel gepoft.’

Het ideaalbeeld van de jaren vijftig behoeft dus correctie, maar wie Romer’s nieuwste pennenvrucht leest leert vanzelf beide kanten van het tijdperk kennen.

Krant op tafel, olienoten pellen

De Oud-Rotterdammer, 27 november 2007

Zaterdagavond. De kolenkachel snort. Een schamel peertje schijnt op de huiskamertafel. Om de tafel vijf gezinsleden. Moeder vouwt een Vrije Volk open, legt die op het tafelkleed en stort een zak doppinda’s uit. Op de achtergrond klinkt uit de radio Lou Bandy met zijn ‘Wie heeft er suiker in de erwtensoep gedaan.’ Het gekraak van de schillen is niet van de lucht en het geknars van kiezen die de nootjes vermalen evenmin.

In de jaren vijftig van de vorige eeuw was het één van de gezinshoogtepunten van de week. Herman Romer laat die tijd herleven in zijn vorige week gepresenteerde boek ‘Rotterdam in de jaren vijftig – De stad van dreunende heipalen.’ Het is een kostelijk boek geworden, zeker voor de babyboomers van na de Tweede Wereldoorlog die het allemaal hebben meegemaakt. ‘Bij de bakker, melkboer en waterstoker werd gepoft. Maar op zaterdagmiddag was alles weer voorbij, want dan had moeder van het weekloon de pof betaald,’ memoreert Romer.

Hij besteedt ook aandacht aan de handkarren en sleperswagens, die toen het straatbeeld beheersten. Ook het bouwen van het Groothandelsgebouw, winkelpromenade Lijnbaan, de opening in 1955 van de eerste supermarkt van Albert Heijn aan de Nieuwe Binnenweg en de eerste tv-uitzending op 2 oktober 1951 passeren het voetlicht. Het zijn maar een paar kruimels uit het fraai geïllustreerde boek.

Romer schonk in het Schielandshuis het eerste exemplaar aan Alexandra, de dochter van de veel te jong gestorven Henny Oosterom-Groothuijs. Hij vertelde bijzonder veel steun van haar te hebben gehad in een moeilijke periode van zijn leven.

Kostelijk boek over de jaren vijftig

Overschiese Krant, 26 november 2007

Herman Romer (1931) is de meest schrijvende auteur van en over Rotterdam. Dit compliment kwam vorige week woensdag over de lippen van prof. dr. Paul Th. van der Laar bij de presentatie van Romer’s nieuwe boek ‘Rotterdam in de jaren vijftig – De stad van de dreunende heipalen.’ Ruim honderd bezoekers waren er getuige van in het Schielandshuis. Van der Laar sprak er het openingswoord uit als vervanger van de elders verblijvende directeur Hans Walgenbach. Paul is bij het Historisch Museum Rotterdam, waar het Schielandshuis onderdeel van is, werkzaam als Hoofd Collecties en Wetenschappelijke Staf.

Herman Romer gaf een smakelijke opsomming van de inhoud van zijn boek, die resulteerde in een samenzang van ‘Zaterdagmiddag is alles voorbij, dan zijn er weer centjes en is moeder weer blij.’

Het gezang slaat op de passages in het boek waar poffen bij waterstoker, bakker en melkboer een doodnormale zaak was. Als trouwe vaders op zaterdagmiddag zijn loonzakje op tafel legden, konden hun vrouwen de pof gaan voldoen. Maar de zaterdag was ook: krant op tafel en dan olienoten pellen. ’s Avonds snorde de kachel en het licht van een schamel peertje scheen op de huiskamertafel. Daaromheen de gezinsleden. Op een opengeslagen Vrije Volk strooide moeder een zak doppinda’s uit. Lou Bandy kweelde via de radio zijn ‘Wie heeft er suiker in de erwtensoep gedaan’. Het gekraak van de doppen was niet van de lucht en het geknars van kiezen die de nootjes vermaalden evenmin.

watersnoodramp2.JPGOok de watersnoodramp. die zich op 1 februari 1953 volstrok, blijft niet onbelicht, zoals blijkt uit deze foto van de kruising Putselaan en Pretorialaan. Foto C. Kramer

In de jaren vijftig van de vorige eeuw was het één van de gezinshoogtepunten van de week. Herman Romer laat deze tijd in zijn ook kostelijk geillustreerde boek herleven. Voor de babyboomers van na de Tweede Wereldoorlog die het allemaal hebben meegemaakt is dat zeker het geval. Hij besteedt ook aandacht aan de handkarren en sleperswagens, die toen het straatbeeld beheersten. Ook het bouwen van het Groothandelgebouw, winkelpromenade Lijnbaan, de opening in 1955 van de eerste supermarkt van Albert Heijn aan de Nieuwe Binnenweg en de eerste tv-uitzending op 2 oktober 1951 passeren het voetlicht. Het zijn maar een paar van de smakelijke kruimels uit zijn boek.

eerste-exemplaar.jpgHerman Romer schonk in het Schielandshuis het eerste exemplaar aan Alexandra Oosterom, de dochter van de veel te jong overleden Henny Oosterom-Groothuijs, aan wie hij het boek heeft opgedragen. Romer vertelde bijzonder veel steun van haar te hebben ondervonden in een moeilijke periode van zijn leven en ook dat ze beiden ooit lid waren van dezelfde cabaretgroep.

De presentatie werd ook bezocht door prominente Rotterdammers als auteur en columnist Jan Oudenaarden, Gerrit Schilder (ex-hoofd voorlichting gemeente Rotterdam), dichter en ex-gemeenteraadslid Manuel Kneepkens en jazzkenner en -presentator Hans Langeweg.

Het boek kost 19,95 euro en is verkrijgbaar in de reguliere boekhandel of te bestellen bij uitgeverij Aprilis te Zaltbommel: 0418-512088.

Terugblik op de jaren vijftig

stahuispleinfc_2.JPGPublicatie uit AD/ Rotterdams Dagblad, 21 november 2007

Door CAREL VAN DER VELDEN

ROTTERDAM – Het stationsplein is al jaren een grote bouwput, het gevolg van de Rotterdamse ambities om een nieuw treinstation te realiseren.

Wie geïrriteerd is door stof, zand en andere vormen van overlast, doet er goed aan Rotterdam in de jaren vijftig te kopen. In dit boek laat Herman Romer de tijd herleven dat de gebombardeerde binnenstad één grote bouwput was. ,,Het was een woestenij waar geselend weer mensen deed voortjachten naar de beschutting van de bebouwing.

Romer (1931) kiest in zijn nieuwe boek voor een historische schets, gebaseerd op zijn eigen herinnering en honderden bronnen. Met het rijkelijk geïllustreerde werk (140 zwart-witfotos, waarvan velen zelden of nooit gepubliceerd) pakt de schrijver een eigen traditie op. In de jaren tachtig schreef Romer boeken over het Rotterdam van respectievelijk de jaren ’10, ’20 en ’30 van de vorige eeuw. Ook schreef hij verschillende boeken over de verwoestende bezettingstijd , een periode waarvan de stad lang de wonden likte.

Romer zoekt aansluiting bij gangbare opvattingen over de jaren ’50. Hij schetst het beeld van een grauw land waarin hard wordt gewerkt om het verwoeste en leeggeplunderde land op te bouwen. De salarissen zijn als gevolg van de geleide loonpolitiek laag. De vrucht van de arbeid wordt vooral gebruikt om te investeren in de wederopbouw.

In Rotterdam is de situatie een graadje erger dan in de rest van het land. ,,In de leegheid van Rotterdam was voor jongeren weinig te beleven, schrijft Romer. ,,Hoe brachten ze hun schaarse vrije tijd door? Sommigen gingen naar een sportclub. Anderen verslonden een spannend uitleenboek. Of ze pikten een goedkoop bioscoopje.

Zelfs deze schaarse vormen van vertier waren voor veel Rotterdammers niet weggelegd. Romer citeert Rein Wolters, de oud-journalist die op Zuid opgroeide en uitgebreid over zijn jeugd in een arm en kinderrijk gezin heeft geschreven. ,,De kinderbijslag werd gebruikt om de schulden bij de melkboer, de bakker en de waterstoker af te lossen. Van het restant kocht mijn vader goedkope, maar wel degelijke broeken en jasjes. Als oudste knul was ik het beste af. Mijn afdankertjes gingen naar de kleine broers.

De jaren ’50 roept nog steeds tegenstrijdige gevoelens op. Er zijn mensen die warme herinneringen koesteren aan de knusheid, de onschuld, de eenvoud, het fatsoen en de burgerzin die dit tijdperk volgens hen kenmerkte. Herman Romer lijkt voorzichtig op de hand van kritischer geesten. Zij herinneren zich vooral een tijd vol benepenheid, behoudzucht en preutsheid.

Rotterdammers werden na de oorlog bepaald niet beloond voor hun gezagsgetrouwheid, beweert Romer. Op het moment dat het gewonde Rotterdam schreeuwde om geld, gaf de rijksoverheid de schaarse miljarden liever uit aan oorlogsvoering om behoud van Nederlands-Indië. Toen de kolonie verloren ging, raakte de overheid mede vanwege de opvang van duizenden repatrianten verder aan de bedelstaf. W.F. Hermans in 1951: ,,Holland is een beschimmelde, zure rest, achtergebleven in een uitgeschraapte pan.’’

Feit is dat er op dat moment nog bijna niets was gebeurd in de gehavende binnenstad. Kort na de oorlog werd alle energie aangewend voor het herstel van de haven. Pas in de jaren ’50, na de bouw van drie bankgebouwen dreunden de heipalen in de binnenstad permanent. En omdat de nieuwbouw zich vooral richtte op kantoren en winkels, bleef de woningnood lang nijpend. Wachtten kort na de oorlog 20.000 gezinnen op een woning, acht jaar later was dit aantal opgelopen tot 23.000.

De moeilijke omstandigheden – tien mensen op een vochtig kamertje waren geen uitzondering – deden veel Rotterdammers emigreren. 340.000 Nederlanders vertrokken. Ook omdat ze door de Koude Oorlog hier geen toekomst zagen.

Als achterblijver zou je er bijna depressief van zijn geworden, maar dergelijke gevoelens kregen volgens Romer nauwelijks een kans. ,,Rotterdammers waren ondanks alles optimistisch, in de vaste overtuiging dat met hard werken een goede toekomst te veroveren was.’’

Signeersessie op 23 november

Op woensdagmiddag 21 november om half vier wordt in het Historisch Museum Rotterdam (Schielandshuis) het eerste exemplaar van Herman Romer’s nieuwste boek gepresenteerd. Het boek draagt als titel ‘Rotterdam in de jaren vijftig. De stad van dreunende heipalen.’ Meer hierover leest u in het artikel hieronder.

Twee dagen later, op vrijdagmiddag 23 november, signeert Herman Romer zijn nieuwste boek bij Boekhandel Snoek, Meent 126, Rotterdam. De signeersessie begint om 16.00 uur.

Rotterdam in de jaren vijftig

Op woensdagmiddag 21 november om half vier wordt in het Historisch Museum Rotterdam (Schielandshuis) het eerste exemplaar van Herman Romer’s nieuwste boek aangeboden aan Alexandra Oosterom. Het boek draagt als titel ‘Rotterdam in de jaren vijftig. De stad van dreunende heipalen.’

Rotterdam in de jaren vijftig was een andere stad dan die we tegenwoordig kennen. Het in de oorlog weggebombardeerde stadshart was één royale bouwput, waarin dagelijks de heipalen dreunden. Het was de woestenij waar mensen in slecht weer voortjachtten naar de beschutting van bebouwing.

Voor de eigen bewoners had het begrip havenstad toen een sterker accent dan nu. Pendelarbeiders moesten het tekort aan werkkrachten in de haven opvangen, die nog niet de grote verschuiving richting zee had gemaakt. Dus zag je veel matrozen op straat op zoek naar vermaak.

Elke dag opnieuw zwoegden en slaafden de Rotterdammers op weg naar een nieuwe toekomst, binnen een sfeer van niet geringe morele en sociale dwang. In de samenleving domineerde de verzuiling, het individualisme had nog niet voluit toegeslagen. Het was een tijd van huiselijkheid en idealisme. De welvaart moest nog worden geboren, de consumptiemaatschappij bevond zich achter de horizon.

De jaren vijftig kenmerkten zich ook door ernstige woningnood, verrassende nieuwbouwprojecten, de zucht tot emigratie en de misère door de watersnoodsramp. Maar ook was de tijd doordesemd van een rijk verenigingsleven doordat de mensen, wegens hun magere inkomsten, grotendeels zelf voor hun ontspanning moesten zorgen.

‘Rotterdam in de jaren vijftig’ is een boek dat ons eraan herinnert, hoe de stad zich in zeer zware tijden omhoog moest worstelen.

Formaat: 22 x 28 cm. 168 pagina’s. 140 zwart/wit foto’s. Gebonden. Prijs: 19,95 euro. ISBN: 978 90 5994 158 8. Uitgever: Aprilis, Zaltbommel.

Website uitgebreid

romerherman.jpg

De inhoud van deze website is de laatste weken flink uitgebreid.

Zo treft u onder meer een aantal gedichten aan die Herman Romer in het verleden heeft geschreven.

Daarnaast is er een Engelse vertaling van het verhaal Zwarte Confetti opgenomen. Deze vertaling, Black Confetti, is vorig jaar uitgegeven door het OorlogsVerzetsMuseum Rotterdam.

Ook leest u enkele van de eerder gepubliceerde ‘gedachten’ onder de gelijknamige categorie.

Tot slot treft u een overzicht aan van alle publicaties van Herman Romer die gaan over de Tweede Wereldoorlog of die zich geheel of gedeeltelijk afspelen tegen de achtergrond van de Tweede Wereldoorlog.

In de index aan de linkerkant kunt u snel de juiste pagina vinden. In de toekomst zal deze website uiteraard nog verder worden aangevuld.