Interview AD 14 februari 2015

Algemeen Dagblad, 14 februari 2015 (Tonny van der Mee)  

Schrijver en dichter Herman Romer (84) gooit nooit eten weg. Het is een erfenis van de Hongerwinter. In de oorlog zwierf Romer dagelijks wanhopig door het verwoeste Rotterdam, op zoek naar eten en brandstof. Twee familieleden stierven de hongerdood, zijn moeder was zwanger. ‘Op een gegeven moment voel je de honger niet meer.’

Lees hier het interview in het Algemeen Dagblad

De mouwen worden demonstratief opgestroopt. De armen naar voren gestoken. ,,Deze magere polsen heb ik door de Hongerwinter.” Herman Romer heeft toch al geen aanleg om dik te worden. Hij is altijd slank gebleven. Maar de fysieke ontberingen tijdens die laatste maanden van de Tweede Wereldoorlog hebben wel degelijk hun sporen nagelaten. Neem de foto tijdens zijn huwelijksreis naar Zuid-Frankrijk in 1955, waarop Romer in een zwembroek poseert. ,,Je ziet al mijn ribben nog. Dat was 10 jaar na de oorlog,” zegt de Rotterdammer. ,,Aan het eind van de oorlog was ik broodmager. Dat is heel lang zo gebleven. Ik kon amper een pak aan. Er waren geen tussenmaten, dus ik droeg meestal een jasje en broek in verschillende maten.”

Tijdens de Hongerwinter verloor Herman Romer twee van zijn familieleden. Zijn broertje werd in diezelfde periode geboren. Precies 70 jaar geleden beleeft hij de zwaarste maanden uit zijn leven. In een stad die eerst door de economische crisis zwaar is getroffen, en daar in de meidagen van 1940 een verwoestend bombardement overheen had gekregen.

Romer en zijn ouders overleven de Duitse bommen, maar hun huis is van de kaart geveegd. Ze zwerven noodgedwongen van adres naar adres. Als zijn vader bij een grote razzia in november 1944 wordt opgepakt, samen met 50.000 anderen, staan Romer en zijn moeder er alleen voor. Ze trekken bij zijn grootouders in, omdat zijn moeder zwanger is. Nederland staat aan de vooravond van een strenge winter en wordt geteisterd door schaarste. Eten is op de bon, de levering van gas en elektriciteit wordt gestaakt. Rotterdam is een stad zonder hart, zonder voedsel, zonder brandstof. ,,De verpaupering sloeg toe. Hopen vuil werden op straat gegooid. Mensen liepen in lompen, op slechte schoenen of helemaal zonder schoenen.” Een bon is goed voor een half brood per persoon per week, en met een beetje geluk ook wat aardappelen en groenten. Het gezin kookt het schaarse eten op een noodkacheltje.

Soep van tulpenbollen

Anderen krijgen eten uit de gaarkeuken. Stamppot of soep van tulpenbollen, suikerbieten, koolstronken, soms met bedorven aardappelen of erwtenmeel. Een voedselbon is nog geen garantie voor eten. De winkels zijn niet of slecht bevoorraad. ,,Voor de winkels stonden lange rijen. Soms was alles net uitverkocht als je eindelijk aan de beurt was.” Als 13-jarige jongen zwerft Romer elke dag door de stad, op zoek naar voedsel en brandstof. Hij verzamelt takjes en sintels, sloopt hout uit huizen om te kunnen stoken.

Romer loopt zwarte markten af, waar een levendige ruilhandel op gang is gekomen: voedsel voor geld, en soms voor spullen. Soms wordt ‘ouwel’ (eetpapier) uitgedeeld. Eén keer weet hij bij een man een gehaktbal te bemachtigen. Die deelt hij met zijn moeder en grootouders. ,,De hele dag dacht ik alleen aan voedsel en brandstof. Dat was mijn enige nooddrift. Als je eten zag, sprong je er als een hongerige wolf op af. Je was ten einde raad, zo erg was de honger.”

Er wordt gevochten voor elke kruimel. Maar er is ook saamhorigheid in de volksbuurt waar Romer woont. ,,Het was een ongelooflijk gezellige buurt. Echt een dorpsgemeenschap. Mensen namen het voor elkaar op.” ,,Ik ging een keer met een bon naar de kruidenier. Er stond een lange rij mensen en het ging erg traag. Ik was broodmager. Opeens zakte ik in elkaar. Mensen hielpen me onmiddellijk overeind en brachten mij vooraan in de rij zodat ik als eerste geholpen werd.” In het voorjaar van 1945, in de laatste maanden voor de bevrijding, wordt de situatie nog schrijnender. Het is zo koud dat Romer soms een groot deel van de dag bij zijn moeder in bed kruipt om elkaar te verwarmen. ,,Soms zag je iemand op straat in elkaar zakken of in een portiek liggen. Je wist niet of diegene dood of levend was. Honden en katten werden doodgeslagen en opgegeten, of op de zwarte markt verkocht.”

Romer voelt zich verantwoordelijk voor zijn hoogzwangere moeder, die extra calorieën hard nodig heeft. Als hij op een dag zijn broodbon verliest, verkoopt hij stiekem al zijn jongensboeken aan een handelaar. Voor 40 gulden, het bedrag voor een half brood. ,,Pas maanden later durfde ik het mijn moeder te vertellen. Ik schaamde me dat ik die bon was kwijtgeraakt. Ik was met hart en ziel aan mijn boeken gebonden. Maar lezen was in die tijd wel het laatste waar ik aan dacht. Na de oorlog kreeg ik van mijn moeder geld om wat boeken terug te kopen.”

Soms is er aan het einde van de dag niks te eten. Romer houdt zich groot. ,,Ik probeerde ten opzichte van mijn moeder niks te laten merken, en mijn gevoel van honger weg te drukken.” ,,Ik stond ermee op en ging ermee naar bed. Op een gegeven moment voelde ik de honger niet meer. Verdoofd na alles wat we hadden meegemaakt. Ik had geen tijd voor bespiegelingen.”

Aangevreten

Via via krijgt het gezin een briefje van zijn vader, die als dwangarbeider naar Duitsland is afgevoerd. Of ze willen kijken hoe het met zijn broer en vader is. ,,Ik ging met mijn moeder mee naar het huis van mijn oom. Zij liep naar boven en vond hem dood op de grond. Zijn lichaam was door de ratten aangevreten.” Zijn opa van vaderskant maakt de geboorte van Romers broertje op 26 maart 1945 nog mee. Enkele weken later vindt zijn moeder hem thuis, de hongerdood gestorven. Zijn broertje kampt op latere leeftijd met gezondheidsproblemen. Hij heeft diabetes, zoals veel kinderen die in de Hongerwinter zijn geboren, blijkt uit wetenschappelijk onderzoek.

Voedseldroppings

Nooit zal Romer vergeten dat tegen het einde van de oorlog de redding letterlijk uit de lucht komt vallen, als de geallieerden voedselpakketten droppen. ,,Er zaten blikken eierpoeder in,” vertelt hij. ,,Dolblij was ik toen we dat op ons noodkacheltje gebakken hadden. We hadden geen idee dat het zo hoog geconcentreerd was. Ik werd zo misselijk dat mijn bedorven maag begon op te zetten. Wankelend tussen mijn moeder en oma ben ik naar de apotheek gegaan. Ik kreeg een vies, rood drankje, en alles kwam er weer uit.” De Hongerwinter staat in zijn geheugen gegrift. Hij geeft veel aan goede doelen. Natuurlijk ook aan hongerend Afrika. ,,Omdat we dat zelf als kind hebben meegemaakt. Zoiets vergeet je nooit.” Als mensen nu zeggen dat ze ‘honger’ hebben, laat hij het zo. Het heeft geen zin om ze de les te lezen als ze de Hongerwinter niet zelf hebben meegemaakt. Maar zelf eet hij in restaurants altijd zijn bord leeg. ,,Niemand in mijn familie zal ooit eten weggooien. Tot op de dag van vandaag. Dat is voor ons vanzelfsprekend. Nog steeds zijn er kinderen die geen ontbijt krijgen of naar een voedselbank moeten. Met alles wat we in al die jaren hebben bereikt, is dat een grof schandaal.”

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>