Kostelijk boek over de jaren vijftig

Overschiese Krant, 26 november 2007

Herman Romer (1931) is de meest schrijvende auteur van en over Rotterdam. Dit compliment kwam vorige week woensdag over de lippen van prof. dr. Paul Th. van der Laar bij de presentatie van Romer’s nieuwe boek ‘Rotterdam in de jaren vijftig – De stad van de dreunende heipalen.’ Ruim honderd bezoekers waren er getuige van in het Schielandshuis. Van der Laar sprak er het openingswoord uit als vervanger van de elders verblijvende directeur Hans Walgenbach. Paul is bij het Historisch Museum Rotterdam, waar het Schielandshuis onderdeel van is, werkzaam als Hoofd Collecties en Wetenschappelijke Staf.

Herman Romer gaf een smakelijke opsomming van de inhoud van zijn boek, die resulteerde in een samenzang van ‘Zaterdagmiddag is alles voorbij, dan zijn er weer centjes en is moeder weer blij.’

Het gezang slaat op de passages in het boek waar poffen bij waterstoker, bakker en melkboer een doodnormale zaak was. Als trouwe vaders op zaterdagmiddag zijn loonzakje op tafel legden, konden hun vrouwen de pof gaan voldoen. Maar de zaterdag was ook: krant op tafel en dan olienoten pellen. ’s Avonds snorde de kachel en het licht van een schamel peertje scheen op de huiskamertafel. Daaromheen de gezinsleden. Op een opengeslagen Vrije Volk strooide moeder een zak doppinda’s uit. Lou Bandy kweelde via de radio zijn ‘Wie heeft er suiker in de erwtensoep gedaan’. Het gekraak van de doppen was niet van de lucht en het geknars van kiezen die de nootjes vermaalden evenmin.

watersnoodramp2.JPGOok de watersnoodramp. die zich op 1 februari 1953 volstrok, blijft niet onbelicht, zoals blijkt uit deze foto van de kruising Putselaan en Pretorialaan. Foto C. Kramer

In de jaren vijftig van de vorige eeuw was het één van de gezinshoogtepunten van de week. Herman Romer laat deze tijd in zijn ook kostelijk geillustreerde boek herleven. Voor de babyboomers van na de Tweede Wereldoorlog die het allemaal hebben meegemaakt is dat zeker het geval. Hij besteedt ook aandacht aan de handkarren en sleperswagens, die toen het straatbeeld beheersten. Ook het bouwen van het Groothandelgebouw, winkelpromenade Lijnbaan, de opening in 1955 van de eerste supermarkt van Albert Heijn aan de Nieuwe Binnenweg en de eerste tv-uitzending op 2 oktober 1951 passeren het voetlicht. Het zijn maar een paar van de smakelijke kruimels uit zijn boek.

eerste-exemplaar.jpgHerman Romer schonk in het Schielandshuis het eerste exemplaar aan Alexandra Oosterom, de dochter van de veel te jong overleden Henny Oosterom-Groothuijs, aan wie hij het boek heeft opgedragen. Romer vertelde bijzonder veel steun van haar te hebben ondervonden in een moeilijke periode van zijn leven en ook dat ze beiden ooit lid waren van dezelfde cabaretgroep.

De presentatie werd ook bezocht door prominente Rotterdammers als auteur en columnist Jan Oudenaarden, Gerrit Schilder (ex-hoofd voorlichting gemeente Rotterdam), dichter en ex-gemeenteraadslid Manuel Kneepkens en jazzkenner en -presentator Hans Langeweg.

Het boek kost 19,95 euro en is verkrijgbaar in de reguliere boekhandel of te bestellen bij uitgeverij Aprilis te Zaltbommel: 0418-512088.

Terugblik op de jaren vijftig

stahuispleinfc_2.JPGPublicatie uit AD/ Rotterdams Dagblad, 21 november 2007

Door CAREL VAN DER VELDEN

ROTTERDAM – Het stationsplein is al jaren een grote bouwput, het gevolg van de Rotterdamse ambities om een nieuw treinstation te realiseren.

Wie geïrriteerd is door stof, zand en andere vormen van overlast, doet er goed aan Rotterdam in de jaren vijftig te kopen. In dit boek laat Herman Romer de tijd herleven dat de gebombardeerde binnenstad één grote bouwput was. ,,Het was een woestenij waar geselend weer mensen deed voortjachten naar de beschutting van de bebouwing.

Romer (1931) kiest in zijn nieuwe boek voor een historische schets, gebaseerd op zijn eigen herinnering en honderden bronnen. Met het rijkelijk geïllustreerde werk (140 zwart-witfotos, waarvan velen zelden of nooit gepubliceerd) pakt de schrijver een eigen traditie op. In de jaren tachtig schreef Romer boeken over het Rotterdam van respectievelijk de jaren ’10, ’20 en ’30 van de vorige eeuw. Ook schreef hij verschillende boeken over de verwoestende bezettingstijd , een periode waarvan de stad lang de wonden likte.

Romer zoekt aansluiting bij gangbare opvattingen over de jaren ’50. Hij schetst het beeld van een grauw land waarin hard wordt gewerkt om het verwoeste en leeggeplunderde land op te bouwen. De salarissen zijn als gevolg van de geleide loonpolitiek laag. De vrucht van de arbeid wordt vooral gebruikt om te investeren in de wederopbouw.

In Rotterdam is de situatie een graadje erger dan in de rest van het land. ,,In de leegheid van Rotterdam was voor jongeren weinig te beleven, schrijft Romer. ,,Hoe brachten ze hun schaarse vrije tijd door? Sommigen gingen naar een sportclub. Anderen verslonden een spannend uitleenboek. Of ze pikten een goedkoop bioscoopje.

Zelfs deze schaarse vormen van vertier waren voor veel Rotterdammers niet weggelegd. Romer citeert Rein Wolters, de oud-journalist die op Zuid opgroeide en uitgebreid over zijn jeugd in een arm en kinderrijk gezin heeft geschreven. ,,De kinderbijslag werd gebruikt om de schulden bij de melkboer, de bakker en de waterstoker af te lossen. Van het restant kocht mijn vader goedkope, maar wel degelijke broeken en jasjes. Als oudste knul was ik het beste af. Mijn afdankertjes gingen naar de kleine broers.

De jaren ’50 roept nog steeds tegenstrijdige gevoelens op. Er zijn mensen die warme herinneringen koesteren aan de knusheid, de onschuld, de eenvoud, het fatsoen en de burgerzin die dit tijdperk volgens hen kenmerkte. Herman Romer lijkt voorzichtig op de hand van kritischer geesten. Zij herinneren zich vooral een tijd vol benepenheid, behoudzucht en preutsheid.

Rotterdammers werden na de oorlog bepaald niet beloond voor hun gezagsgetrouwheid, beweert Romer. Op het moment dat het gewonde Rotterdam schreeuwde om geld, gaf de rijksoverheid de schaarse miljarden liever uit aan oorlogsvoering om behoud van Nederlands-Indië. Toen de kolonie verloren ging, raakte de overheid mede vanwege de opvang van duizenden repatrianten verder aan de bedelstaf. W.F. Hermans in 1951: ,,Holland is een beschimmelde, zure rest, achtergebleven in een uitgeschraapte pan.’’

Feit is dat er op dat moment nog bijna niets was gebeurd in de gehavende binnenstad. Kort na de oorlog werd alle energie aangewend voor het herstel van de haven. Pas in de jaren ’50, na de bouw van drie bankgebouwen dreunden de heipalen in de binnenstad permanent. En omdat de nieuwbouw zich vooral richtte op kantoren en winkels, bleef de woningnood lang nijpend. Wachtten kort na de oorlog 20.000 gezinnen op een woning, acht jaar later was dit aantal opgelopen tot 23.000.

De moeilijke omstandigheden – tien mensen op een vochtig kamertje waren geen uitzondering – deden veel Rotterdammers emigreren. 340.000 Nederlanders vertrokken. Ook omdat ze door de Koude Oorlog hier geen toekomst zagen.

Als achterblijver zou je er bijna depressief van zijn geworden, maar dergelijke gevoelens kregen volgens Romer nauwelijks een kans. ,,Rotterdammers waren ondanks alles optimistisch, in de vaste overtuiging dat met hard werken een goede toekomst te veroveren was.’’

Signeersessie op 23 november

Op woensdagmiddag 21 november om half vier wordt in het Historisch Museum Rotterdam (Schielandshuis) het eerste exemplaar van Herman Romer’s nieuwste boek gepresenteerd. Het boek draagt als titel ‘Rotterdam in de jaren vijftig. De stad van dreunende heipalen.’ Meer hierover leest u in het artikel hieronder.

Twee dagen later, op vrijdagmiddag 23 november, signeert Herman Romer zijn nieuwste boek bij Boekhandel Snoek, Meent 126, Rotterdam. De signeersessie begint om 16.00 uur.

Rotterdam in de jaren vijftig

Op woensdagmiddag 21 november om half vier wordt in het Historisch Museum Rotterdam (Schielandshuis) het eerste exemplaar van Herman Romer’s nieuwste boek aangeboden aan Alexandra Oosterom. Het boek draagt als titel ‘Rotterdam in de jaren vijftig. De stad van dreunende heipalen.’

Rotterdam in de jaren vijftig was een andere stad dan die we tegenwoordig kennen. Het in de oorlog weggebombardeerde stadshart was één royale bouwput, waarin dagelijks de heipalen dreunden. Het was de woestenij waar mensen in slecht weer voortjachtten naar de beschutting van bebouwing.

Voor de eigen bewoners had het begrip havenstad toen een sterker accent dan nu. Pendelarbeiders moesten het tekort aan werkkrachten in de haven opvangen, die nog niet de grote verschuiving richting zee had gemaakt. Dus zag je veel matrozen op straat op zoek naar vermaak.

Elke dag opnieuw zwoegden en slaafden de Rotterdammers op weg naar een nieuwe toekomst, binnen een sfeer van niet geringe morele en sociale dwang. In de samenleving domineerde de verzuiling, het individualisme had nog niet voluit toegeslagen. Het was een tijd van huiselijkheid en idealisme. De welvaart moest nog worden geboren, de consumptiemaatschappij bevond zich achter de horizon.

De jaren vijftig kenmerkten zich ook door ernstige woningnood, verrassende nieuwbouwprojecten, de zucht tot emigratie en de misère door de watersnoodsramp. Maar ook was de tijd doordesemd van een rijk verenigingsleven doordat de mensen, wegens hun magere inkomsten, grotendeels zelf voor hun ontspanning moesten zorgen.

‘Rotterdam in de jaren vijftig’ is een boek dat ons eraan herinnert, hoe de stad zich in zeer zware tijden omhoog moest worstelen.

Formaat: 22 x 28 cm. 168 pagina’s. 140 zwart/wit foto’s. Gebonden. Prijs: 19,95 euro. ISBN: 978 90 5994 158 8. Uitgever: Aprilis, Zaltbommel.