Weekblad Maasstad over nieuwe roman

bld-krant1.jpg

Over het Rotterdam van voor de oorlog

Door Dik Vuik, weekblad Maasstad, 6 december 2006.

Rotterdam – De schrijver Herman Romer is in Rotterdam vooral bekend om zijn talloze publicaties over de geschiedenis van de stad. Hij schreef onder meer over de stad tijdens de Tweede Wereldoorlog, over oude Rotterdamse bioscopen en over de Oudehaven en omgeving. Nu is er een historische roman van zijn hand verschenen, die in het Rotterdam van voor de oorlog speelt.

Een zeeman die zijn vrouw in Rotterdam vindt en wier familie zich vanuit de sloppen in de binnenstad omhoog wil werken: het is een echt Rotterdams verhaal dat Romer in zijn ‘Danszaal in het duister’ heeft beschreven. Een roman is trouwens geen nieuw terrein voor de schrijver, want zijn eerste publicatie in 1965 was ook een roman: ‘De nachtegalen zingen niet meer’. Zijn nieuwste pennenvrucht is tevens het veertigste boek van zijn hand: een bijzonder jubileum.

‘De danszaal in het duister’ begint vroeg in de twintigste eeuw. Nicolaas Wielema is werkzaam op de wilde vaart. Terug van een reis naar het door een aardbeving getroffen San Francisco gaat hij in Rotterdam passagieren en ontmoet er zijn levenspartner. De zeeman vestigt zich in de havenstad, de ‘stad van de toekomst’. De familie van zijn vrouw woont in de sloppen van de binnenstad, maar legt zich daar niet bij neer. Wat volgt, is een verhaal vol zijlijnen naar het leven in het vooroorlogse Rotterdam, dat bovendien uitgroeit tot een grote stad. Het verhaal eindigt in de Tweede Wereldoorlog, een periode die Romer zelf bewust heeft meegemaakt.

Romer maakt met zijn nieuwe roman duidelijk dat hij niet alleen een beschrijver van de Rotterdamse geschiedenis is, maar ook een literair schrijver. Met zijn verhalen, novellen en dichtbundels kwam hij in 1971 zelfs als winnaar uit de bus voor de Anna Blamanprijs. In 2004 volgde nogmaals erkenning in de vorm van een onderscheiding, toen Romer als eerbetoon de Laurenspenning ontving. Dat geschiedenis en literatuur samengaan, liet Romer ook al zien in zijn vorige werk ‘De vlammende stad’ die Rotterdam tijdens de oorlog beschrijft.

‘De danszaal in het duister’ is een dikke pil, voor liefhebbers van historische verhalen en tevens mensen die willen snuiven aan het leven in de oude havenstad, dat doorgaans alleen nog maar uit de monden van grootouders is doorverteld. Het is tevens een levendige verbeelding bij de sfeer die in vele andere boeken van Romer al zo treffend is weergegeven. Een boek om mee onder de kerstboom te duiken.

AD/Rotterdams Dagblad en enige edities van het Algemeen Dagblad over nieuwe roman

de_danszaal_in_het_duister-3.JPG

Herman Romer imponeert met roman over Rotterdam

Door Carel van der Velden, Algemeen Dagblad, 7 december 2006

Over Rotterdam zijn bibliotheken vol geschreven. Maar een grote historische roman ontbrak tot dusver. Herman Romer (1931) vult deze leemte op met De Danszaal in het Duister.

Herman Romer schetst zijn meeslepende familiegeschiedenis tegen het decor van een snel veranderend Rotterdam. Een goed einde zit er na 478 bladzijden niet in, maar dat zal niemand met kennis van de vernietigende gevolgen van het bombardement van Rotterdam verbazen.

De karakters zijn verzonnen, zegt Romer. ,,Maar het decor is authentiek. De omstandigheden die ik beschrijf, zijn historisch verantwoord. Er zitten honderden feiten over het leven in het vooroorlogse Rotterdam in verwerkt. Wist je dat er een schaapsherder met zijn kudde over het vroegere vliegveld Waalhaven banjerde? In dat opzicht is het een rijke, volle roman. Eerder in mijn leven had ik dit boek niet kunnen schrijven.’’

Niet toevallig begint Romer het verhaal in 1906, als de jonge zeeman Nicolaas een meisje ontmoet en aan de wal een bestaan wil opbouwen. Zij woont in het Zandstraatkwartier, een helse sloppenbuurt vol duistere kroegen, vrouwen-van-plezier, souterneurs, boksers, waarzeggers en koppelaars. Als haar vader sterft door een loodvergiftiging, houdt een oudere zus van deze Rosie het gezin in leven door haar lichaam te verhuren.

De armoede is bitter, juist op het moment dat de stad bijna bezwijkt onder de massale immigratie. Met Nicolaas vestigen zich duizenden mensen in Rotterdam. ,,Het was een tijd vol optimisme,’’ zegt Romer. ,,De schepen lagen zes rijen dik aan de Boompjes. De zeilschepen maakten plaats voor stoom en de paardentram reed voor het laatst. Betere tijden waren op komst, was de overtuiging.’’

Nicolaas en Rosie staan model voor het rechtschapen type dat met vallen en opstaan een eerzaam bestaan probeert op te bouwen. Andere familieleden hebben een lossere moraal.

Haar jongere broertje probeert rijke weduwes in te palmen. En in ruil voor een leven in welstand levert het jongste zusje zich uit aan even oude als gewetenloze huisjesmelker. Dat alles in een familiesage die zich afspeelt in een decor vol zangers, acrobaten, kroegbazen, pooiers, drukkers van vals geld en ander gespuis.

De meeste schrijvers doen uitgebreid historisch onderzoek om de geloofwaardigheid van hun roman te vergroten. Herman Romer hoefde die moeizame weg niet te volgen. Als onderzoeker en schrijver van tientallen historische boeken vergaart hij al een half leven kennis over het vooroorlogse Rotterdam.

In het boek strooit hij met weinig bekende anekdotes, variërend van de eerste vliegtuigshow van de Belgische luchtvaartpionier Jan Olieslagers in 1910 tot de kermis, de grootste van Nederland, die wegens zedelijk verval werd verboden. Het had iets weg van het carnaval. Meiden van buiten zetten destijds in Rotterdam de bloemetjes buiten. Ze pikten voor een paar dagen een vrijer op en hielden hem vrij, weet Romer uit de overlevering.

,,Het is een monument voor een stad die niet meer bestaat,’’ zegt Romer. ,,Ik wil er vooral de generatie van mijn ouders mee eren. Die hebben enorm gesappeld. En wellicht plaatst het ook de huidige discussie over integratie in een beter perspectief. Wist je dat er honderd jaar geleden ook een enorme botsing van culturen was? De immigranten waren vaak zeer christelijk. Dat botste enorm met de ruwe zeden van de grote stad.’’